Mijn kampeerhistorie

Kampeergek voor het leven

Zo kun je me wel noemen, sinds ik op 6 jarige leeftijd besmet raakte met het kampeervirus, is het nooit meer overgegaan. Ik noem mezelf wel eens “beroepskampeerder” omdat ik er te pas (en te onpas) op uitga en dan het liefste met een tent.

“En wat is daar nou de lol van” wordt me geregeld gevraagd door mensen die het soms wel leuk vinden, maar er meestal niet aan moeten denken om het zelf te doen (degenen die dezelfde “afwijking” hebben, vragen dat niet). Ik weet het niet, maar de drang om te reizien en dan het liefst met een tent, heb ik altijd gehad. Voor een deel is het het gevoel van vrijheid omdat je altijd je spullen op kan pakken en verder reizen. Misschien heb ik toch ergens echte zigeuners in mijn stamboom. Ergens lokt altijd de verte en het avontuur (al is het tegenwoordig een stuk “beter” geregeld en dus minder avontuurlijk).

Misschien maakt dit verhaal het wat duidelijker en daarnaast schrijf ik het maar een keer op, om al die mooie herinneringen niet verloren te laten gaan.

De eerste jaren (1964 – 1975)

Voor de eerste keer

De eerste keer kamperen was voor mij in 1964, toen was ik 6. Mijn vader had een baan in het onderwijs en dus, net als de kinderen, 6 weken vakantie. We waren thuis met zijn vijven: pa, ma, zusje Margant (toen 8 jaar), ikzelf en broertje Rupert (toen 4 jaar). 6 weken met zovelen op vakantie was uiteraard onbetaalbaar en bovendien hoe leuk zou het zijn om al die tijd ergens in een huisje of hotel te zitten? Bovendien wilde pa graag rondtrekken en oude gebouwen, vooral kerken en dergelijke bekijken (hij was architect en docent Bouwkunde aan de HTS).

Helemaal onbekend met kamperen waren pa en ma niet, want ik herinner me een verhaal dat ze op huwelijksreis vanuit het Westen helemaal op de fiets met tent naar Limburg zijn geweest. Dat dat vlak na de oorlog was en ze het toen ook nog niet zo breed hadden, zal ook wel een rol gespeeld hebben.

In ieder geval hadden we inmiddels een auto en zo kwam het dat pa en ma besloten te investeren in een vouwwagen van het merk Travelsleeper en een complete kampeeruitrusting met het plan naar Spanje te reizen. Hoe de verdeling van het enthousiasme precies was, weet ik niet zeker. Pa had zeker last van “reiskriebels” en dat heb ik ook van hem geërfd.

In die tijd was zo’n reis naar Spanje nog een echte expeditie. De wegen waren veel minder talrijk en naarmate je zuidelijker kwam ook steeds slechter en natuurlijk had je geen mobiele telefoon, satelliet navigatie en al die andere zaken waar we tegenwoordig niet meer zonder kunnen :-). Eigenlijk moesten we alles meenemen. Zo hadden we 2 reservewielen en nog 2 extra binnen- en buitenbanden voor de vouwwagen bij ons, omdat de wielmaat in het buitenland niet echt courant was en daar zijn we een paar keer heel dankbaar voor geweest.

Dat er dan ook nog 3 kleine kinderen meegingen, maakte het voor mijn ouders natuurlijk ook niet makkelijker.

Eerste jaren in het kort

10 keer achter elkaar (1 jaar niet, 1 jaar naar Oostenrijk). Alles met vouwwagen/tent.

Tweede ronde

In vogelvlucht (maar er komt nog veel meer):

  • Van 1976 t/m 1987 af en toe eens kamperen met losse tent.
  • Vanaf 1988 weer op stap (Frankrijk, Spanje en één keer Denemarken). Alles met tent en één keer een gehuurde caravan.
  • Vanaf 1997 in Nederland (radiokampen, en gewoon op stap), Frankrijk, Duitsland en Spanje met tent, camper en caravan.

Tegenwoordig

In vogelvlucht (maar er komt nog veel meer):

  • Vanaf 2004 steeds meer (radio)kampen en “zo maar” kamperen, bij voorkeur tentkamperen.
  • 2012: top jaar met elke maand minstens één nacht in een tent.