Zuidwaarts: Trodoway, Bray s. Seine, d’Orpheo Negro (1200 km)

Nadat de spatlap toch nog snel gerepareerd was, zijn we zondagmiddag de 22e vertrokken en rustig aan naar onze caravan op Trodoway gereden. Omdat het restaurant al volgeboekt was, hebben we onderweg een hapje gegeten bij Baraque de Fraiture (lekker Belgische frieten).

We sliepen uiteraard prima en ’s morgens werden we aangeaanm verrast, omdat Droopy ineens weer met smaak zijn brokken verorberde. Hij staat af en toe nog wat wankel op zijn poten, maar het gaat steeds beter.

Zo begon onze eerste echte reisdag en tegen de middag vonden we een (gemeente) camping in Bray sur Seine. Niet veel bijzonders (beetje aftands sanitair en alleen koud water) maar dat hadden we al begrepen uit de reviews in de camping app.

Droopy werd al weer wat overmoedig en sprong onderweg een keer uit de auto, wat helaas niet helemaal goed afliep, want hij haalde zijn poot open. Gelukkig hadden we nog de spuitbus van zijn paardenavontuur en met een verbandje erop tegen het likken, was het wondje na 3 dagen weer helemaal genezen.

Nadat we eerst op een plaatsje waren gaan staan waar de stroompaal het niet deed, zijn we wat verhuisd en stonden toen toch op een heel mooi plekje. Gelukkig hadden we de tent nog niet opgezet.

We konden zo naar de Seine wandelen, al kwamen we dan langs een plek die als dump dienst deed: er lag van alles van tv’s tot koelkasten (maar gelukkig geen stinkende zooi).

Niet echt een plek om wat langer te blijven staan, dus vertrokken we dinsdagmorgen en eigenlijk wilde ik dan wel doorrijden naar onze favoriete camping d’Orpheo Negro vlak onder Perigieux. Dat was echter wel ruim 600 km verder; heel veel voor een dag reizen via de D-wegen. Al gauw bleek ik echter nog niet helemaal thuis in de bediening van mijn nieuwe TomTom, want we kwamen al snel bij een tolweg (blijkbaar moet je de tolwegen optie elke keer bij een nieuwe route uitzetten).

Voor deze keer dan maar vonden we. Toch is dat gejakker niet zonder gevaar, want na verloop van tijd begon de radiator ineens weer te sproeien. De motor werd ook behoorlijk warm (ongekend, maar het was buiten ook echt heet), dus het laatste stukje ging wat kalmer aan.

We kwamen ’s avonds toch nog mooi op tijd aan, zodat we bij La Tropicana (het restaurant naast de camping) konden eten. Wat heet eten, zeg maar smullen!

We zijn uiteraard een dagje gebleven en wilden de volgende dag uit eten bij La Truffe d’Or (waar we 3 jaar geleden op gestuit waren), maar die bleek niet meer te bestaan. Heel jammer, dus moesten we nog een keer naar La Tropicana, wat een straf!. En om de avond af te sluiten, gingen we in de campingbar nog wat drinken, want in al die 10 bezoekjes was ik er volgens mij maar één keer geweest. Dat was wel heel gezellig en liep een beetje uit; mijn laatste gin-tonic kreeg ik van het huis :-).

Maar goed, laat op een camping is meestal niet zo laat als in de stad, zodat we toch van een flinke nachtrust dachten te kunnen genieten. Die dus wreed verstoord werd, omdat Droopy op het bed sprong en daarna eraf wilde springen, wat een beetje misging en hij zijn neus wat ontvelde. Het arme beest heeft wat te doorstaan, maar hij blijft volhouden.